Regels voor fietsverlichting en -reflectie
In het donker, bij schemer en slecht zicht (mist) moeten het voorlicht en achterlicht op de fiets branden. Deze verplichting is opgenomen in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 35.
Fietsverlichting
Per 1 november 2008 gelden nieuwe regels voor de fiestverlichting. De belangrijkste wijziging is dat losse lampjes vanaf dan ook aan uw romp (jas of tas) bevestigd mogen worden. De verlichting mag niet op uw armen, benen of hoofd bevestigd worden.
De fietsverlichting mag dus vanaf 1 november afneembaar zijn. De fietsverlichting mag niet knipperen en mag niet verblindend zijn. De kleur van het voorlicht moet wit of geel zijn. Het achterlicht moet rood zijn. De kleur van de verlichting en de plaats waar deze op de fiets gemonteerd moet zitten, zijn vastgelegd in het Voertuigreglement, artikel 5.9.57. De beoordeling van de naleving van deze regels is aan de politie.

