Evaluatie campagne ‘Autogordels achterin’ 2005
Het ministerie van Verkeer en Waterstaat wil het aantal verkeersdoden verminderen door het aantal bestuurders en passagiers van auto’s dat zowel voorin als achterin de auto altijd de gordel om doet, te verhogen. Na verschillende autogordelcampagnes is in 2004 een nieuwe campagne ontwikkeld, die vooral gericht is op 4-12 jarige kinderen en hun ouders. In 2005 is de campagne herhaald. Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar het bereik, de waardering en het effect van de campagne.
Doelgroep(en)
De doelgroep van de campagne bestaat uit het algemeen publiek van 13 jaar en ouder, met het accent op kinderen van 6-11 jaar en hun ouders.
Bereik
Het bereik van de campagne onder volwassenen is met 93% herkenning heel hoog. Onder de jongeren heeft 97% minstens één van de uitingen gezien. De herinnering is eveneens hoog (volwassenen: 61% en jongeren: 83%).
Waardering
De campagne wordt goed gewaardeerd. Volwassenen geven de campagne een 7,1 als rapportcijfer en de jongeren een 7,3. Ten opzichte van andere Postbus 51-campagnes vindt men de campagne vooral grappig en opvallend. Wel vinden veel mensen de campagne irritanter dan andere Postbus 51-campagnes. Het speelgoedbeestje Goochem wordt door 79% van de kinderen van 4-12 jaar leuk gevonden.
Boodschapoverdracht
De campagneboodschap is zowel bij de volwassenen als bij de jongeren goed overgekomen. Het veiligheidsaspect van autogordels komt beter over dan het verplichte aspect (veiligheidsaspect: 69%, verplicht aspect: 59%).
Effecten
- Kennis: een overgrote meerderheid van de volwassenen en jongeren weet dat het dragen van autogordels achterin de auto verplicht is (volwassenen: 94% en jongeren 89%). De kennis was al heel hoog en is niet toegenomen na afloop van de campagne.
- Houding: ongeveer driekwart van de volwassenen en jongeren vindt het altijd nodig om de autogordel achterin om te doen op wegen binnen en buiten de bebouwde kom. De houding is binnen deze campagneperiode niet veranderd, maar als we kijken naar de afgelopen drie jaar is er wel sprake van een stijgende tendens sinds 2003.
- Gedrag: van de volwassenen zegt 75% en van de jongeren zegt 69% achterin altijd de autogordel om te doen op wegen binnen en buiten de bebouwde kom. Het gedrag is gedurende deze campagneperiode niet verbeterd maar als we kijken naar de afgelopen drie jaar is er bij de volwassenen wel sprake van een positieve trend sinds 2003.
De acceptatie van de autogordel door ouders van 4-12 jarige kinderen is groot: 97% van de ouders vindt het nodig dat hun kinderen altijd hun gordel omdoen en 98% zorgt er ook daadwerkelijk voor dat het gebeurt.
Gedragsmetingen
Met uitgebreide metingen op straat heeft de Adviesraad Verkeer en Vervoer (AVV) het effect van de communicatie in combinatie met de handhaving op het daadwerkelijke gedrag in kaart gebracht. Hieruit blijkt dat het gebruik van gordels door bestuurders en voorpassagiers stabiel is op een hoog niveau (circa 90%). Het gebruik van gordels door achterpassagiers is sinds 2000 (start communicatie over gordels achterin) fors gestegen van iets meer dan 30% in 2000 naar 68% in 2004. In 2005 is het percentage echter gedaald tot 63%. De daling komt vooral voor rekening van jongeren in de leeftijdscategorie 13 tot 18 jaar. Het gebruik van gordels door jonge kinderen is juist gestegen.
(bron: Thuiskomen in 2007, postbus 51 van V&W)



